Nu gaan wij den Pietersberg op, langs de grens, nu eens
op Nederlandsch , dan weer op Belgisch terrein. Te midden der
korenvelden, waarmede de berg is bedekt, doet niets ons denken
aan de wonderen en geheimen daar binnen. Wij bemerken
er niets van , dat wij wandelen boven al die duizenden elkander
kruisende gangen, en ongelukkige verdoolden zouden er hun' bangen
doodstrijd kunnen strijden, zonder dat hun angstkreten tot
ons doordrongen, evenmin als wij iets bespeuren van de vrolijke
liederen, welligt aangeheven door een lustig reisgezelschap, dat
de gidsen met hun walmende fakkels door de duistere gewelven
volgt.
Toch is er eenige gemeenschap met die verborgen wereld.
Daar steekt een klein boschje boven de bouwakkers uit. Wees
voorzigtig. Nader het niet te digt, om er een oogenblik lommer
te zoeken ! Daar is een verraderlijke diepte , een gapende afgrond ,
onder het loof verborgen, 't Is een der instortingen, die hier
niet zeldzaam zijn , waar het houweel van dén mijnwerker te veel
heeft weggenomen. Waren wij digter bij het fort St. Pieter,
dan zouden wij het kunnen houden voor een gat , door het Fransche
buskruit bij 't beleg van 1794 geslagen , toen in de groeven onder
het fort de dood en verderf brengende mijnen waren aangelegd.
Al ligt ook het kasteel Caestert niet op vaderlandschen
' grond, nu wij zoozeer in de nabijheid zijn, is de verzoeking te
groot, om even een' blik te slaan in de rijk en smaakvol aangelegde
tuinen en op het prachtige, in Gothischen stijl herbouwde
slot, dan dat wij niet nog een weinig ter zijde zouden afwijken.
En van het terras voor het schoone gebouw genieten wij een
heerlijk uitzigt.
Daar beneden stroomt de Maas. De vruchtbare
vlakte aan den overkant, waar Eysden, Gronsveld, Ryckholt,
Hengem liggen, is afgesloten door den heuvelrug, waar-
over vroeger ons pad ons leidde. Het golvende bergplateau strekt
zich tot op verren aftand uit en tusschen de begroeide hoeven
en de vruchtbare oevers slingert zich de fiere stroom, 't Is een
uitzigt, niet minder schoon dan zich opent aan den voet van
de grijze steenbrokken van Lichtenberg, en nog stouter en
woester is de steile weg, die van hier langs de witte en blaauwe
rotsbrokken afdaalt.
[Uit: "Wandelingen door Nederland met pen en potlood (1875),J. CRAANDlJK & P. A, SCHIPPERUS]